Opinie Deel artikel

Ruimte voor economie in het buitengebied

Van visie naar gebiedsgerichte actie

 

Het buitengebied staat onder druk. Tegelijkertijd liggen daar kansen. Gemeenten en provincies zoeken ruimte voor wonen, energie, water, natuur en klimaatadaptatie. En er blijft behoefte aan ruimte voor ondernemerschap, recreatie en innovatie, als ook aan nieuwe perspectieven voor agrariërs die stoppen, verbreden of omschakelen.

Ambities zijn er genoeg. Het echte tekort zit in scherpe keuzes. Want eerlijk is eerlijk: niet alles kan overal. Maar hoe maak je deze scherpe keuzes? En hoe ga je daarna van visie naar concrete, gebiedsgerichte actie?

 

BREDE WELVAART ALS VERTREKPUNT

Wie keuzes blijft maken per sector, loopt vast. Daarom kiezen wij voor brede welvaart als kompas. Niet de losse ruimteclaim staat centraal, maar de vraag: wat maakt dit gebied economisch sterk, ruimtelijk aantrekkelijk en sociaal veerkrachtig? Dat vraagt om ruimtelijk-economische sturing. Die helpt om richting te geven, prioriteiten te stellen en uitvoering te organiseren. Hard nodig, want het buitengebied is lang monofunctioneel ingericht. Landbouw hier, natuur daar en recreatie weer ergens anders. Nu steeds meer opgaven samenkomen, werkt dat niet meer. Niet alles kan overal. Dus moet je expliciet maken: welke functies elkaar versterken?, welke combinaties kansrijk zijn? en wat past niet langer op een bepaalde plek?

Img13

DE KEERZIJDE VAN SPECIALISATIE

Sinds de jaren zestig is het buitengebied sterk gespecialiseerd. In de landbouw leidde dat tot schaalvergroting, hoge productie en een sterke exportpositie. Dat bracht groei en voedselzekerheid. Maar ook verdroging, stikstofuitstoot, bodemverarming en verlies aan biodiversiteit. De grenzen zijn bereikt. In dertig jaar tijd is het aantal landbouwbedrijven gehalveerd. De veestapel krimpt. Milieudoelen voor stikstof, water en natuur blijven buiten bereik. De opgave is dus niet alleen ruimtelijk, maar ook economisch, ecologisch en maatschappelijk. Het uitblijven van keuzes zorgt voor onzekerheid. Bij boeren over hun toekomst. Bij overheden over uitvoerbaarheid. En bij omwonenden over leefkwaliteit en gezondheid. Dat vraagt om richting. En om durven kiezen.

RUIMTELIJK-ECONOMISCHE STURING IS ONMISBAAR

De kernvraag voor bestuurders moet zijn: welke economische activiteiten passen bij de kwaliteiten van deze plek? En net zo belangrijk: wat laten we hier wel toe, en wat niet? Zonder duidelijke afweging bepaalt de markt te vaak de uitkomst. Dan lijken ontwikkelingen op zichzelf logisch, maar botsen ze op gebiedsniveau met natuur, water of leefbaarheid. Daarom is een scherper afwegingskader nodig. Niet iedere ontwikkeling verdient ruimte. Eerst bepalen we: waarom extra ruimte nodig is?, wat zij bijdraagt aan de plek? en waar zij het beste past?

Pas daarna volgen planvorming en uitvoering. Sturen is meer dan begrenzen alleen. Juist binnen duidelijke kaders ontstaat ruimte om te ondernemen.

VERTROUWEN GEVEN WAAR HET KAN: DE TALENTEN VAN DE PLEK BENUTTEN

Ondernemers in het buitengebied zijn vaak al lang bezig met aanpassen, vernieuwen en combineren van functies. Zij kennen de plek en weten hoe de kwaliteiten van het gebied benut kunnen worden. Juist daar liggen kansen voor de toekomst.

Dat vraagt om een andere rol van de overheid. Minder alles vooraf dichtregelen, meer werken vanuit richting en vertrouwen. Niet elk initiatief hoeft dichtgetimmerd in regels, zolang het bijdraagt aan de kwaliteit van het gebied. Dat betekent concreet:

 

  • • Ruimte bieden aan initiatieven die passen bij de gebiedsopgave
  • • Ruimte geven om de kwaliteiten van de plek te benutten
  • • Sturen op doelen en kwaliteit, in plaats van alleen op functies
  • • Experiment en nieuwe verdienmodellen mogelijk maken
  • • Duidelijk zijn over kaders, maar flexibel in de uitwerking


Zo ontstaat ruimte voor ondernemerschap binnen duidelijke grenzen. Geen vrij spel voor de markt, maar ook geen dicht gereguleerd systeem. Juist die balans maakt ontwikkeling mogelijk. Wie alleen stuurt binnen bestaande kaders, of niet over (gemeente) grenzen durft te kijken, creëert samenhang op papier maar niet in de praktijk.

Bernd Dittrich Sgrz3lfngfm Unsplash

HET OMGEVINGSPROGRAMMA: VAN KOERS NAAR DOEN

Brede welvaart geeft richting aan keuzes, maar krijgt pas betekenis als die wordt vertaald naar concrete acties in het gebied. Juist daar zit in de praktijk de grootste uitdaging. De stap van omgevingsvisie naar omgevingsplan is groot. Te groot zien we soms in de praktijk. Het gesprek wordt snel juridisch, terwijl de bestuurlijke keuzes nog niet zijn vertaald naar actie. Juist dáár maakt het omgevingsprogramma het verschil. De omgevingsvisie geeft richting: wat willen we bereiken, waar en waarom? Het omgevingsprogramma maakt het concreet: hoe pakken we dat aan?
• Welke maatregelen zijn nodig?
• Welke investeringen hebben prioriteit?
• Waar is samenwerking, verplaatsing of grondverwerving nodig?

Het omgevingsprogramma is géén tussenstap. Het is de schakel die keuzes uitvoerbaar maakt.

GEBIEDSGERICHT WERKEN: DE JUISTE FUNCTIE OP DE JUISTE PLEK

In het omgevingsprogramma worden keuzes concreet en zichtbaar op de kaart. Hier bepaal je waar functies prioriteit krijgen en hoe opgaven samenkomen. Dat vraagt om differentiatie. Niet elke plek hoeft alles te dragen. Wij werken daarom in het vitaliseren van het buitengebied met drie samenhangende zones:

Productiezone: De productiezone is de economische motor van het buitengebied. Hier is ruimte voor ondernemerschap, innovatie en verduurzaming. Denk aan circulaire landbouw, biobased ketens, lokale verwerking en energieopwekking. Ook vrijkomende agrarische bebouwing kan hier een nieuwe functie krijgen. Voorwaarde is dat dit past bij de schaal van het gebied, de infrastructuur en de ecologische draagkracht.



Reuringzone: De reuringzone vormt de overgang tussen productie en rust. Hier gaat het om een levendig landschap waar functies samenkomen. Landbouw, natuur en recreatie versterken elkaar. Denk aan boerderijen met nevenactiviteiten, wandel- en fietsroutes, kleinschalige horeca en educatie. Een waterrijk gebied is hier een goed voorbeeld: ruimte voor wandelen, sportvissen en natuurbeleving, zonder dat het gebied wordt overbelast. Levendigheid, maar met mate.



Rustzone: In de rustzone staat landschapskwaliteit voorop: ruimte voor de natuur om te herstellen. Gebruik is beperkt en gericht op behoud en herstel van o.a. biodiversiteit. Economische activiteiten zijn alleen passend als ze bijdragen aan natuur en landschap. Recreatie is kleinschalig, regeneratief en gericht op educatie en beleving, zoals wandelen of vogels kijken. De Peel laat zien hoe dat werkt: natuurherstel met ruimte voor bezoekers, binnen de grenzen van het gebied.

Andres Siimon Fcv4k5aazf4 Unsplash

TOT SLOT: DURVEN KIEZEN

Het buitengebied vraagt niet om méér ambities, maar om scherpere keuzes. Om nieuwe economische dragers. En om bestuurders die durven differentiëren: ruimte geven waar het kan, begrenzen waar het moet en verbinden waar het werkt. De toekomst van het buitengebied wordt niet bepaald door de luidste stem of de grootste claim. Die wordt bepaald door de kwaliteit van keuzes. We weten waar we vandaan komen. We weten ook waar we naartoe willen: een buitengebied dat bijdraagt aan brede welvaart, landschappelijke kwaliteit en een toekomstbestendige economie. Ruimtelijk-economische sturing maakt die beweging mogelijk. Het omgevingsprogramma verbindt visie aan uitvoering. Gebiedsgericht werken maakt keuzes concreet.

De opgave is helder: van versnippering naar samenhang. Van ruimtegebruik naar ruimtecreatie. En van ambitie naar doen.

JOUW AMBITIES OMZETTEN NAAR ACTIES?

Is dit precies de opgave waar jij je mee bezighoudt? Kun jij hier concrete handvatten bij gebruiken? We helpen jou en jouw regio graag verder! We gaan graag samen met jou aan de slag om jullie ambities om te zetten naar gebiedsgerichte acties.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Neem dan gerust contact op met een van onderstaande contactpersonen of maak gebruik van het contactformulier.

EENS VAN GEDACHTEN WISSELEN?

We komen graag met je in contact!

;
  • Gemeente Horst aan de Maas
  • Gemeente Veendam
  • Regionale economische samenwerking Peelgemeenten
  • Toerisme Alliantie Friesland
  • Gemeente Arnhem
  • Gemeente Eindhoven