Bedrijventerreinen zijn onmisbaar voor onze brede welvaart
Joep Janssen, senior adviseur Ginder en Cees-Jan Pen, lector duurzame stedelijke transformatie Fontys
Hebben we écht nog meer nieuwe bedrijventerreinen nodig? Gemeenten krijgen al stevige woningbouwopgaven opgelegd, natuurgebieden staan onder druk en er moet meer natuur komen. De ruimte in de provincie Noord-Brabant lijkt schaarser en voller te raken. De reflex is makkelijk gemaakt: “Waarom zouden we óók nog ruimte reserveren voor bedrijven? We hebben toch al genoeg ‘dozen’?”. We vergeten dat we bedrijventerreinen bouwen en ontwikkelen om onze economie sterk en dynamisch te houden. Een groot deel van de Brabantse economie concentreert zich juist op bedrijventerreinen. Brabant valt daarbij op: met circa 30%–40% van alle arbeidsplaatsen die hier zijn gevestigd, ligt het aandeel structureel boven het landelijk gemiddelde.
Bedrijventerreinen worden snel gezien als ‘verrommeling van het landschap’, terwijl ze een randvoorwaarde zijn voor onze brede welvaart: banen, inkomen, innovatiekracht en voorzieningen. Natuurlijk moet de kwaliteit van deze gebieden omhoog. Landschappelijke en ruimtelijke inpassing zijn belangrijk, het mag toekomstbestendiger, groener en klimaatadaptiever. Ook kan het intensiever en hoger. Om dat voor elkaar te krijgen is er juist meer aandacht nodig voor bestaande bedrijventerreinen en nieuw te ontwikkelen terreinen. Wil je bestaand bedrijventerrein beter benutten of intensiveren, dan moet je goed functionerende terreinen - vooral die met hogere milieucategorieën - beschermen. Daarnaast is het noodzakelijk om werkruimte die verdwijnt door transformatie te compenseren. Tegelijk moeten nieuwe bedrijventerreinen worden ontwikkeld met een hogere standaard: gebaseerd op de regionale economie en gericht op bedrijven die essentieel blijven in de keten, zoals reguliere maakindustrie, circulaire productie, energievoorziening en bouw.
BEDRIJVENTERREINEN: MEER WAARDE DAN ZICHTBAAR
Recent onderzoek van Ginder in opdracht van de Peelgemeenten, naar de economische effecten van de ontwikkeling van het nieuwe regionale bedrijventerrein Brainport-Oost, laat zien dat de economische waarde structureel wordt onderschat. Ginder berekende op basis van de branchering en omvang van deze nieuwe locatie wat dit terrein op kan leveren aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Door de waardeketenbenadering in het onderzoek wordt niet alleen in beeld gebracht wat er direct op een bedrijventerrein gebeurt, maar vooral naar wat het oplevert voor de regio. En dat zijn veel banen, investeringen en bredere economische keteneffecten. Brainport Oost, een terrein van 67 hectare groot, kan jaarlijks € 600 tot € 800 miljoen aan toegevoegde waarde opleveren. Daarnaast levert dit structurele extra werkgelegenheid voor circa 5.000 mensen met alle opleidingsniveaus, direct én indirect. Deze werknemers wonen in de Peel, Helmond, Eindhoven en omliggende gemeenten en gaan deels ook wonen in de nieuw te bouwen (duizenden) woningen die de schaalsprong vraagt.
Toch wordt in de Somerense gemeenteraad voornamelijk de discussie gevoerd over de mogelijke risico's van een negatieve grondexploitatie of de negatieve effecten die de ontwikkeling heeft op directe omgeving. Terechte zorgen, maar ze moeten wel in een breder perspectief worden geplaatst en veel meer als diepte- investering moeten worden bezien. In dat licht zouden regio en gemeenten guller moeten investeren in mogelijke tekorten en het compenseren van overlast.
Dit geldt natuurlijk niet allen voor het regionaal bedrijventerrein Brainport-Oost, ook andere regionale terreinen, zoals het ter discussie staande terrein in de Kempen, Haven 8 bij Waalwijk, Wijkervoort bij Tilburg, Bavel- Zuidoost Bij Breda en Auvergnepolder in Bergen Op Zoom zullen op een vergelijkbare manier bijdragen aan de Brabantse economie.
Ook Hier worden machines gebouwd, onderdelen geproduceerd, magazijnen gedraaid, voedsel verwerkt en technische innovaties getest. Zonder deze plekken valt een hele keten stil: van hightech tot logistiek, van maakindustrie tot circulaire economie. Noord-Brabant is groot geworden door te maken, te doen en te vernieuwen. Daar zijn bedrijventerreinen nu eenmaal het decor van.
BANEN VOOR ÁLLE BRABANDERS…
Zeker in Zuidoost en Midden-Brabant overheerst vaak het beeld dat onze economische toekomst vooral draait om hoogopgeleide techneuten. Dat beeld is eenzijdig en risicovol. Vooral op locaties met hoogwaardige technologie is het aandeel hoogopgeleide werknemers fors, maar een groot deel van de keten (toelevering, assemblage, logistiek, facilitaire diensten) wordt mogelijk door banen op mbo-niveau. Voor meer doorsnee bedrijventerreinen is het aandeel lager- en middelbaar opgeleid personeel nog hoger (circa 70%).
Bedrijventerreinen zijn juist de plekken waar werk ontstaat voor álle Brabanders: technici, lassers, operators, machinebouwers, chauffeurs, planners, magazijnmedewerkers, installateurs, onderhoudsmonteurs, bouwpersoneel, schoonmakers, beveiligers, catering, hotels en retail. Voor jongeren die via het mbo de arbeidsmarkt opgaan, voor vakmensen die willen doorgroeien en voor inwoners die niet op een campus of kantoor thuishoren, maar wél onmisbaar zijn voor onze economie. Noord-Brabant draait niet alleen op hoogopgeleid talent. De breedte van onze arbeidsmarkt is onze kracht, en bedrijventerreinen houden die breedte intact.
ZONDER SCHUIFRUIMTE LOOPT BRABANT VAST
Brabantse bedrijventerreinen staan steeds meer onder druk: veel zijn verouderd, zijn versteend en/of verloederd of bieden te weinig milieu ruimte om bedrijven te laten groeien of verduurzamen. Terwijl de vraag naar ruimte voor wonen, energie en natuur toeneemt. Iedereen wil dat bestaande terreinen worden opgeknapt en intensiever worden benut, maar dat kan alleen als er voldoende schuifruimte beschikbaar is. Ruimte waar bedrijven tijdelijk of permanent kunnen uitwijken. Die ruimte ontbreekt nu, waardoor een groeiend metaalbedrijf, een circulair bedrijf met milieuruimtebehoefte of een hinderlijke activiteit die uit de kern verplaatst moet worden, simpelweg nergens heen kan. Zo stokt de vernieuwing van bedrijventerrein zoals Hoogeind, de Hurck, Rietvelden, Vossenberg en de Krogten. De vraag dringt zich dan ook op: waar blijft de Brabantse ontwikkelmaatschappij die deze noodzakelijke transformatie daadwerkelijk mogelijk maakt?
SCHUIFRUIMTE VIA BEDRIJVENTERREIN BRAINPORT-OOST
Brainport-Oost kan deze ruimte bieden. Een brede welvaartblik op bedrijventerreinen betekent ook dat omwonenden die zich terecht zorgen maken over extra verkeer, geluid, energievraag of huisvesting van arbeidsmigranten veel serieuzer worden genomen en zo mogelijk worden gecompenseerd. Daarom pleiten wij voor duidelijke koers zodat een deel van de economische opbrengsten (geld en energie) terugvloeien naar de omgeving, bijvoorbeeld via een apart omgevingsfonds en daaraan gekoppeld een uitvoeringsorganisatie met kennis en kunde op de bedrijventerreinen aan de slag gaat. Wanneer gemeenten en regio’s meedelen in de economische opbrengsten, ontstaat ruimte voor investeringen en groeit het draagvlak. Denk aan extra investeringen in infrastructuur en verkeersveiligheid, groene buffers, nog betere landschappelijke inpassing en energie- en warmtenetten waarvan ook wijken en dorpen profiteren. Via gronduitgifte kan bovendien gericht worden gestuurd op intensief ruimtegebruik, duurzame en circulaire bedrijvigheid. Ook de aansluiting op de arbeidsmarkt is belangrijk: werkgevers zouden daarbij verplicht moeten worden te zorgen voor fatsoenlijke huisvesting en voorzieningen voor werknemers.
BEDRIJVENTERREINEN ALS ECONOMISCHE MOTOR
Bedrijventerreinen zijn zeker niet altijd mooi en sexy, maar wel onmisbaar voor Noord-Brabant. Ze houden onze maakindustrie draaiend, zorgen voor duizenden banen voor alle typen werknemers en vormen de financiële basis onder de voorzieningen, woningen en publieke investeringen.
In lijn met de Ontwerp Nota Ruimte kan niet alles meer overal. Maar één ding is zeker: de economische motor die onze brede welvaart aandrijft, staat op bedrijventerreinen. En die motor verdient erkenning, ruimte én een slimme aanpak.
Joep Janssen, senior adviseur Ginder en Cees-Jan Pen, lector duurzame stedelijke transformatie Fontys
MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?
EENS VAN GEDACHTEN WISSELEN?
We komen graag met je in contact!