Ruimtelijk-economisch sturen: van ambitie naar lokale daadkracht
Nederland bevindt zich momenteel in een periode waarin de schaarse ruimte zwaarder dan ooit onder druk staat. In zowel de Ontwerp-Nota Ruimte 2050 als de Ruimtelijke Economische Visie van het Rijk wordt expliciet ingezet op een evenwichtige verdeling van onze schaarse ruimte. De focus lag de afgelopen jaren sterk op woningbouw. Dat heeft op vele plekken geresulteerd in een concurrentiestrijd tussen wonen en werken. Bedrijventerreinen worden omgevormd tot woonwijken en waardevolle werkmilieus verdwijnen. Tegelijkertijd vragen grote maatschappelijke transities en opgaven, zoals energie, circulaire economie, klimaatadaptatie en landbouw maar opschaling van de defensie-industrie, eveneens om een fors deel van het beperkte ruimtelijke speelveld. Hoe zorg je er als gemeente en regio dan voor dat je hierin de juiste keuzes maakt?
Gelukkig zien we nu op vrijwel alle overheidsniveaus een hernieuwde aandacht voor het belang van het ruimtelijk-economisch sturen. Toch merken EZ-ambtenaren in de praktijk dat het borgen én uitvoeren van die economische ruimte zeer lastig is. Zowel lokaal als regionaal worstelen zij met het vertalen van mooie ambities naar concrete plannen en maatregelen. De balans tussen wonen en werken blijft wankel. Beleidsafstemming blijft complex. De uitvoering stokt regelmatig door een gebrek aan stevig beleidsfundament, gebrek aan lef en uitvoeringskracht, het ontbreken van draagvlak en de veelheid aan ruimtelijke claims. In deze context is het essentieel om de economische pijler volwaardig mee te nemen in ruimtelijke keuzes. Alleen op die manier kunnen gemeenten en regio’s niet alleen inspelen op woningnood, maar ook op een toekomstbestendige en vitale economie.
INTEGRAAL WERKEN BLIJFT BROODNODIG
Ondanks dat het veelvuldig gepredikt wordt, ervaren we in onze adviespraktijk dat integraal werken daarbij lastig is en blijft. Er vindt te beperkt of te laat afstemming plaats over de te behalen doelen en welke koppelkansen daartussen zitten. Toegegeven, dat wordt wel geprobeerd in Omgevingsvisies, maar daarin blijft het vaak door het abstractieniveau toch hangen in algemeenheden. Er zijn scherpere en concretere keuzes nodig. Met welke bedrijvigheid willen we ons brood in de toekomst verdienen? En waar juist niét mee? Wat draagt bij aan een vitale en duurzame economie? Hoe ontwikkelen we ons van een lineaire naar een circulaire economie? En hoe kan economische ontwikkeling bijdragen aan de brede welvaart? Wat is de balans tussen wijkeconomie en formele bedrijventerreinen? Dat zijn belangrijke vragen om antwoord op te geven. Zo ontstaan er evidente doelen om na te streven. Maar, hoe ga je die vervolgens behalen? Dat blijft vaak (te) onduidelijk. Daarbij help het niet dat in het economische domein te vaak de overtuiging ontbreekt dat de markt weliswaar zich moeilijk laat sturen, maar niet allesbepalend is. Zeker als er marktimperfecties optreden zoals leegstand, ‘eenzijdige’ transformatie ‘van werken naar wonen’, mismatch op de arbeidsmarkt en filevorming, waarbij interventies van overheden toch echt wenselijk zijn.
Het gevolg voor het economische beleid: ad-hoc beslissingen, onvoldoende bescherming van strategische werklocaties en werkfuncties (ook in de wijk) en vervolgens een gebrek aan samenhang tussen wonen, werken en andere functies. Er ontstaat zo een lappendeken aan maatregelen, of mogelijk nog erger: een (beleids)vacuüm. Een integrale, opgavegerichte benadering verdwijnt als sneeuw voor de zon. En dat terwijl de Omgevingswet juist nú de kans biedt om deze valkuilen te voorkomen. Gemeenten moeten dan eerst de tijd nemen om een richtinggevend omgevingsprogramma op te stellen.
HET OMGEVINGSPROGRAMMA ALS HÉT STURINGSINSTRUMENT VOOR BREDE WELVAART
Vaak bestaat bij gemeenten de behoefte om op gebiedsniveau visies en acties te formuleren en de bijbehorende kaders meteen door te vertalen naar een omgevingsplan. Begrijpelijk en lekker concreet, maar gezien de complexiteit niet altijd effectief. Het is wat Ginder betreft daarom de hoogste tijd voor een andere aanpak: van een versnipperde aanpak naar strategisch, programmatisch werken aan ruimte voor werk. Economie is dan niet meer geïsoleerd, maar hangt samen met ruimte, arbeidsmarktbeleid en brede welvaartsdoelstellingen.
Een omgevingsprogramma is geen papieren tijger, maar een stevig instrument om ambities te vertalen naar concrete keuzes en maatregelen. Hierin kunnen gemeenten:
Scherpe keuzes maken: welke bedrijven verdienen de ruimte? Waar is mengen van functies wenselijk en waar juist niet? Waar versterken wonen en werken elkaar? Welke locaties zijn strategisch voor de circulaire economie of energietransitie?
Sturen op intensiever ruimtegebruik: door functiemenging, herstructurering en intensivering ontstaat economische en maatschappelijke meerwaarde. Denk bijvoorbeeld aan meerlaags bouwen, gezamenlijke voorzieningen en het combineren van wonen en werken. Functies die op een bedrijventerrein functioneel niet meer wenselijk zijn (denk aan functies als zorg of leisure), zijn vaak een meerwaarde voor een wijk.
Koppelen aan de arbeidsmarkt: ruimte voor werk is geen doel op zich. Het is een middel voor het realiseren van een goede afstemming tussen werkgelegenheid & beroepsbevolking, een gezonde woon-werkbalans én brede welvaart. Zeker ook wanneer er sprake is van een schaalsprong, zoals onder meer in de Brainportregio, zijn dit urgente vraagstukken (lees hieronder meer over de Brainportregio).
Financiële en organisatorische randvoorwaarden borgen: zonder financiële prikkels en organiserend vermogen komen ambities niet van de grond. Fondsvorming, stimuleringsregelingen en nieuwe samenwerkingsvormen zijn essentieel.
KEUZES VOOR EEN EVENTWICHTIGE SCHAALSPRONG
Brainport groeit en Deurne groeit mee. Als subregionaal knooppunt staat Deurne voor een schaalsprong met de bouw van maar liefst 8.500 woningen en bijna 16.000 nieuwe inwoners! Deurne wil deze groei in goede banen leiden door wonen én werken in evenwicht te houden. Nu en in de toekomst. De gemeente wil dat de economie meegroeit met het aantal woningen en richt zich daarom op een economisch profiel dat aansluit bij de sterke punten van Deurne en de regio. Dit zorgt voor waardevolle werkgelegenheid. Om deze groei mogelijk te maken, wordt bestaande ruimte slim benut, worden werklocaties beschermd en wordt tijdig gezocht naar nieuwe ruimte. Zo blijft de economie wendbaar en gezond. Dit krijgt vorm in het programma Economie waar Ginder en de gemeente aan werken.
Dit artikel is onderdeel van de reeks ‘Ruimtelijk economisch sturen’. In het volgende artikel zullen we stilstaan bij de verschillende strategieën en instrumenten die ingezet kunnen worden. Hou onze website en LinkedIn-pagina in de gaten.
KOM NAAR DE EXPERTSESSIE OP 5 MAART!
Wil je meer weten over ruimtelijk-economisch sturen op brede welvaart? Dan hebben we goed nieuws! Op 5 maart organiseren we een expertsessie met als titel: Ruimtelijk-economisch sturen op brede welvaart kan wél.
Tijdens dit evenement hebben we het onder andere over: Hoe geef je economie een volwaardige plek naast wonen en voorzieningen? En durf jij te kiezen: wie verdient de ruimte?
Met keynote speaker Sander van Schagen.
Voor wie is deze expertsessie interessant? Voor bestuurders, beleidsmakers en strategen op het snijvlak van Economie & Ruimte. Ook specialisten uit andere domeinen (wonen, mobiliteit, sociaal) zijn uiteraard van harte welkom. We brengen mensen samen die vanuit verschillende domeinen een bijdrage kunnen leveren aan de ruimtelijke keuzes en die samen willen leren hoe economie daarin sterker gepositioneerd kan worden.
EXPERTSESSIE
'RUIMTELIJK-ECONOMISCH STUREN OP BREDE WELVAART KAN WÉL'
📅 Donderdag 5 maart 2026
🕧 09:00 - 13:00 uur (inclusief lunch)
📍 Verkadefabriek, 's-Hertogenbosch (goed bereikbaar met OV)
Wil je op de hoogte blijven van dit evenement? En ontvang je graag als eerste de officiële uitnodiging? Laat dan je contactgegevens achter via onderstaande button.
MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?
EENS VAN GEDACHTEN WISSELEN?
We komen graag met je in contact!